Dirk De Wachter

“Ik ben een on-waarschijnlijke stadsmens!”

 

De Antwerpse psychiater Dirk De Wachter schreef al enkele bestsellers met Borderline Times en Liefde waarin hij op heldere en inspirerende manier hedendaagse problemen analyseert. Minder bekend is zijn liefde voor de stad, en de “rockster” onder de Vlaamse psychiaters blijkt ook de hoofdstad en haar bewoners een warm hart toe te dragen. “De tijd van de natiestaten is bijna voorbij. We zullen het in de steden moeten doen.”

U heeft veel ervaring, u werkt in de stad. Hebt u de indruk dat de stad dat aankan?

“Dat is de grote uitdaging. De oude landbouwcultuur bestaat niet meer, de mobiliteit loopt vast, er is een demografische groei. We zullen het in de steden moeten doen. We zullen in de steden moeten leren samenleven. De toekomst van de natiestaten is bijna voorbij - dat is een negentiende-eeuws concept - de toekomst is aan de grote steden, die gaan het beleid bepalen. Dat is tegelijk een groot probleem, want we zijn daar nog helemaal niet aan toe.”

Steden hebben middelen, mensen maar bijvoorbeeld de terugbetaling van psychologische bijstand kunnen ze niet regelen, maar ze voelen wel de repercussies.

“Inderdaad. Er gaat op een bepaald moment meer geld naar de steden moeten gaan. Ik ben geen politicus maar ik ken wel mijn domein. Bijvoorbeeld de geestelijke gezondheidszorg, daarin heeft men criteria: bv. zoveel psychologen, hulpverleners per duizend personen. Maar in de steden moet dat meer zijn dan op het platteland omdat daar veel meer psychopathologie voorkomt. En zo is er vaak nog niet over nagedacht. Dat is een nieuwe manier van denken die men moet ontwikkelen.”

In een aantal wijkgezondheidscentra zit nu ook standaard een psycholoog.

“Ik denk dat dat de toekomst is. Het moet bottom up gebeuren; je kunt dat niet zomaar top down organiseren. Ik geloof op dat vlak in glocalisering: de grote steden zijn in hun grootheid niet goed meer te managen op vlak van menselijkheid. Eén van de problemen is dat de dingen te veel in economische termen worden gemanaged. Hoe kun je dat voorkomen? Door kleinere units te creëren waar bottom up processen kunnen gedijen.”

Wat kunnen steden nog doen?

“Ik vind esthetiek enorm belangrijk. Wat de overheid op zijn minst kan doen, is schoonheid een kans geven. Als de dingen mooi zijn, als de dingen groen zijn, dan ben je er graag. Ze moeten een menselijke maat hebben. Levinas spreekt over het kleine goede. Mensen zijn wreedaardig tegenover elkaar – homo homini lupus – maar tegelijkertijd zijn ze af en toe goed voor elkaar. Dat bevorderen, dat is wat de overheid moet doen.”

Hoe kweek je dat bij mensen?

“In ieder geval door het niet tegen te gaan. Dat is een ingewikkeld verhaal. Maar onze maatschappij met zijn doorgedreven individualisme, doorgedreven competitiegeest, met zijn snelheid, met zijn lawaaierigheid staat dat soms in de weg.”

Dus als ik het omgekeerd interpreteer hebben we traagheid, stilte, solidariteit,.. nodig?

“Ja. Ik ben geen politicus, het enige dat ik kan doen is mijn ervaringen vertellen. Ik denk niet dat de overheid de oplossingen kan bieden tegen eenzaamheid. Maar ze mag de oplossingen niet in de weg staan. Ze kan bijvoorbeeld mooie, sociale projecten bevorderen. Ik ben een voorstander van sociale mix en collectieve woonruimtes. Ik kan alleen maar dingen aankaarten. Dat is niet te sturen door een groot beleid. Dat is niet top down te sturen, een grote overheid die zegt: ‘wij gaan de eenzaamheid oplossen’, dat trekt op niks. Een overheid die zich bewust, op een bescheiden manier verhoudt en die ruimte geeft aan en luistert naar mensen en initiatieven die het verschil maken; zo kan het wel.” 

Komt u af en toe in Brussel en wat vindt u van de stad?

“Ik kom zeer graag in Brussel, met het grootste genoegen. Brussel is de enige grootstad van de Lage Landen, met haar meer dan 1 miljoen mensen. Ik kom vaak in Amsterdam, een heel aangename stad, maar in feite relatief klein. Ik ben een on-waarschijnlijke stadsmens.”

Van waar komt dat gevoel?

“Ik kom uit een dorp uit de Rupel-streek, uit Boom. Ik heb een zeer gelukkige jeugd gehad en ik kom uit een zeer liefhebbend gezin, maar ik kom uit een zeer gedepriveerde streek. Een dorpsomgeving, waarvan ik heel m’n leven dacht: “Ik wil hier weg!” omdat het mij te klein, en te eng en te nauw en te weinig interessant – voor mij persoonlijk – was.”

En waar gaat u zoal naar toe in Brussel?

“Ik kom er natuurlijk veel voor mijn werk: op vraag van ministers, beleidsmakers, en beleidsinstanties zoals het RIZIV bijvoorbeeld Maar mijn dochter heeft er ook architectuur gestudeerd gedurende vijf jaar en ze woonde in het centrum, aan de Dansaertstraat en dus kwam ik er ook heel vaak langs. En dat vind ik een heel plezante côté. Ik wandel ook heel graag door de Zavel en de Marollen en ik durf al eens te snuisteren en iets te kopen in de winkels daar (wijst op vele kunstwerken en artistieke objecten in het huis).”

De liefde voor de stad is die rationeel, irrationeel of een beetje van beide?

“Die is vooral emotioneel! Het is de liefde, he! Je kunt dat natuurlijk rationaliseren, maar die liefde voor de stad, dat komt omdat ik een tekort voelde in het dorp. Op cultureel vlak voornamelijk. Maar niet alleen op cultureel vlak - want dat is al een rationalisatie - maar ook het feit van andere mensen tegen te komen. Ik doe niets liever dan ergens op een terrasje zitten, in een stad, op je gemak waar het volk passeert en je de drukte ziet. Dat is niet rationeel maar wel plezant.”

Naast de vele leuke kanten, kent Brussel ook wat problemen. Tot 40% van de bewoners kampt met psychische problemen, in Vlaanderen is dat maar 29%. Hoe komt dat?

“De wereld verstedelijkt. Binnen honderd jaar leeft 90% van de bevolking in de stad. Eind van de 20e eeuw was dat voor het eerst meer dan de helft. Dat is een feit. Een ander feit is dat opgroeien als kind in een grote stad, met alle drukte van dien, een risicofactor is voor psychopathologie. Wie genetisch kwetsbaar is, zal in de grootstad ‘decompenseren’ omdat de prikkels zo groot zijn. Alles heeft zijn voor- en zijn nadelen. Ik ben zelf heel hard op zoek naar dat prikkelende. Maar dat heeft natuurlijk ook nadelen voor mensen die daar kwetsbaar voor zijn. Een tweede factor is natuurlijk ook dat grote steden mensen die kwetsbaar zijn aantrekken, die de anonimiteit van de stad opzoeken.”

Hoe gebeurt dat dan?

 “Eén van de projecten die ik begeleid is een project voor beschut wonen, voor mensen met een hoge psychische kwetsbaarheid. Waar ze een tijd kunnen verblijven, soms maanden, soms jaren, tot ze eventueel zelfstandig kunnen wonen. Het zijn vaak heel jonge mensen, twintigers met een geschiedenis van psychose. Bijna allemaal vragen ze om in Leuven te mogen wonen, niet in Kortenberg want daar is niets te zien, niets te doen, geen cafés en kun je de trein niet direct nemen naar elders. De stad trekt aan, anonimiseert. En dat is een heel uitdagende factor. Mensen vereenzamen verschrikkelijk in de stad.”  

  

Dit interview komt uit mijn magazine 'Bianca'.

Wil je het graag in de bus ontvangen? 

Het magazine komt om de twee maanden uit.

Schrijf je hieronder in en ik zend je de volgende versies graag per post.