Joost Vandecasteele

“Hoe voed je jongens op in Brussel? Ik worstel daarmee.”

 

Hij beschrijft Brussel vaak als een punkstad. Maar wat bedoelt Joost Vandecasteele daar eigenlijk mee? De schrijver en sinds kort ook gelauwerde televisiemaker lucht zijn hart over Brussel. “Deze stad beloont nog steeds teveel de mensen die eikelgedrag vertonen. Braaf zijn levert in Brussel te weinig op”. Het is Joost Vandecasteele zoals we hem kennen: van een scherpe tongriem gesneden en onafhankelijk denkend en sprekend. Hij is noch links noch rechts maar wel zichzelf. 

JVDC: “Wie braaf is, wordt niet beloond. Dat is wat me stoort aan Brussel. Mensen rijden zwart in de metro. Wat doen we? We hangen zo’n groene knop waarmee je alle poortjes vlot kan openen. Vuilnis achtergelaten op straat? We kleven er een stickertje op. Komaan zeg! We hebben de neiging in Brussel om eikelgedrag te soft te behandelen vanuit het idee dat het toch allemaal tof en ludiek moet blijven.”

“Mijn voornaamste kritiek op Brussel is dat de stad  zich aanpast aan de ergste en niet aan de beste. Brussel heeft de neiging om zij die het verknallen, gelijk te geven of op zijn minst tegemoet te willen komen. In de buurt van waar ik woon aan de Poincarélaan is al lang een illegale parking. Nu heeft het stadsbestuur gezegd: bon, we zullen daar wat parkeermeters zetten en de zaak op die manier legaliseren. Zo beloon je de verkeerde mensen.”

 

Is het moeilijk om een zoontje op te voeden in deze stad?

JVDC: “Ik worstel daar erg mee. Hoe voed je een jongen op in een stad waar jongens geacht worden stoerheid als basishouding te hebben? Wat betekent het om een man in wording te zijn in deze stad? Brussel is zo geconstrueerd dat het agressie uitlokt. Er is de mannelijke Maghrebijnse cultuur. En daarbij ook het idee dat snelheid en auto’s iets goeds zijn. Ik bedoel, kijk naar het stadscentrum. Dat is een vijfhoek omgeven door autostrades. Dat maakt dat je hier je plaats moet afdwingen. Zonder ellebogenwerk gaat het niet lukken, lijkt de boodschap te zijn. Ik probeer mijn zoontje zo’n houding niet aan te leren. Ook al besef ik dat hij daarmee misschien niet de beste positie op de speelplaats zal verwerven.”

 

Mannen als agressors en vrouwen als slachtoffer?

JVDC: “Ik ben nog nooit uitgescholden door een vrouw – afgezien van die keren op een podium, maar dat is anders. Er is nog nooit op straat voor mijn voeten gespuwd door een vrouw. Maar daarmee zeg ik absoluut niet dat vrouwen slachtoffer zijn. De vraag is: hoe voeden we onze jongens op? Dat zou de kern moeten zijn van elk feminisme. Hoe leren we kinderen opkomen voor het andere geslacht? Al van jongs af aan maken we jongens wijs dat ‘meisjes plagen liefde vragen is’. Alsof meisjes niets liever willen dan geplaagd worden. Die stoerheid wordt er dus al vroeg ingepompt.”

Het klinkt als iemand die inziet dat er ook nadelen zijn aan leven in een punkstad.

JVDC: “Punk is meer dan de hanenkammen of de luide muziek. Punk is voor mij geen vorm van agressie. Punk is voor mij het principe dat als je vindt dat er iets ontbreekt je het gewoon zelf gaat doen. Het gaat over weigeren domweg de status quo te aanvaarden.”

“Daarom zeg ik ook: beleefdheid is de nieuwe punk. De status quo is hier onbeleefdheid. De status quo is hier: als het rood is steek ik toch gewoon lekker over. Ik ben zo een rare snuiter die als het rood is, blijft wachten tot het groen wordt. Als enige. Dat valt op. Ik wil agressie niet beantwoorden met agressie. Wel met verwarring. Want er is niks zo ontwrichtend als verwarring.”

 

Zijn er nog gelijkaardige punkers zoals Joost Vandecasteele in Brussel?

JVDC: “Ongetwijfeld. Ik zie de hele tijd sporen in Brussel van een wereld waar ik niets van afweet. Telkens als ik zo’n briefje in de bus krijg van een gebedsgenezer die me belooft dat hij door handoplegging zowel mijn verloren vrouw terugbrengt als me van mijn impotentie geneest dan denk ik: waar zitten ze? Of wanneer ik een affiche zie voor miss West-Afrika met daarnaast een advertentie van een rapper met pijl en boog uit Angola, dan besef ik dat Brussel nog vele voor mij geheime kamers kent.”

“Zo ook met de punk. Ik neem aan dat er aan Franstalige kant een grote punkbeweging moet zijn. Ik zie daar soms sporen van. De graffiti op de muren, de stickers die ik in het straatbeeld opmerk. In Brussel wonen inspireert mij enorm als schrijver.”

 

Wat verwijt u de Brusselse politici?

JVDC: “Ik weiger iemand te zijn die zegt dat het allemaal de schuld is van de politiek. Trouwens vind ik de Nederlandstalige politici in Brussel zeer aanspreekbaar. Dat apprecieer ik erg. Ik denk niet dat dat in pakweg Antwerpen ook het geval is.”

“Wat ik wel mis in de politiek is fantasie. We kunnen veel zeggen van mensen als Wilders en Le Pen, maar niet dat ze geen fantasie hebben. Ik ben een grote fan van sciencefiction. Ik herken de beeldspraak die dat soort politici gebruiken. Als Trump het heeft over fabrieken die als karkassen in het Amerikaanse landschap staan weg te rotten: dat is de film Walking Dead he! Klassieke politici hebben te weinig oog voor fantasie en schoonheid. Wij denken nog te vaak: dat mag ik niet zeggen want dat is te beladen. Daarom hecht ik veel geloof in de komende generatie. Het is aan hen om met een nieuwe woordenschat te komen.”

Dit interview komt uit mijn magazine 'Bianca'.

Wil je het graag in de bus ontvangen? 

Het magazine komt om de twee maanden uit.

Schrijf je hieronder in en ik zend je de volgende versies graag per post.