Brusselse hervorming van de financiering van religies: gemiste kans

Brussels parlementslid Bianca Debaets (CD&V) heeft ervoor gekozen om zich vandaag te onthouden bij de stemming van de organieke ordonnantie omtrent ‘het beheer van de materiële belangen van de erkende plaatselijke levensbeschouwelijke gemeenschappen’, die door de Brusselse Regering op tafel werd gelegd. “Ik zie een lovenswaardige poging om geloofsgemeenschappen gelijkwaardig te behandelen en hen een administratieve vereenvoudiging voor te schotelen, maar het geheel van de tekst vertoont toch te veel lacunes”, verklaart Debaets haar stem. “Zo is er nergens sprake van een diepgaand controlesysteem dat de geloofsplaatsen onder de loep moet nemen, terwijl we weten dat het risico op buitenlandse extremistische invloeden op sommige plaatsen erg reëel is.”


Vanaf 1 januari 2023 wordt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het enige bevoegdheidsniveau dat de financiering van geloofsgemeenschappen op diens grondgebied kan regelen. Op dat vlak is er sprake van een globale harmonisering aangezien het niet langer de gemeenten zullen zijn die kunnen tussenkomen om kerkfabrieken te financieren. Die bevoegdheid komt nu dus volledig op de schouders van het Gewest terecht, met een vast plafond van 30% van de gewone uitgaven (of 40% wanneer het om een ‘emblematisch gebouw’ gaat).


“Het was hoog tijd om de bestaande regelgeving te herbekijken, want die dateerde nog uit de 19e eeuw”, duidt Bianca Debaets. “Maar wat ik nog steeds niet begrijp, is dat de Brusselse Regering hier dan gewoon op eigen houtje beslist wat er moet gebeuren zonder op een serieuze manier samen te zitten met de vertegenwoordigers van de verschillende geloofsgemeenschappen – terwijl de concrete uitvoering van deze hervorming toch juist bij hen ligt. De roep om hoorzittingen werd genegeerd door de meerderheidspartijen in het Parlement, dat vind ik erg jammer. Ook het financieringsplafond van 30% of 40% kan problemen opleveren, vooral voor kerkfabrieken die zich nu misschien gedwongen zullen zien om een deel van hun erfgoed te verkopen.”


Noodzakelijke controles rond extremistische invloeden

Ook wat betreft een betere controle rond giften en financiële ondersteuning vanuit het buitenland, met het oog op het vermijden van extremistische invloeden, ziet Debaets nog verschillende tekortkomingen in de tekst van de Regering. Verschillende religieuze gemeenschappen die sowieso al in de schaduw werken, zullen immers ook nooit een erkenning aanvragen en dus nooit met grondige controles geconfronteerd worden.


“In Vlaanderen bestaan er mechanismes die die grondige controles wél voorzien, dat principe hadden we in Brussel beter overgenomen”, aldus Debaets. “In het verleden hebben we al verschillende keren gezien dat de vrees voor gevaarlijke en extremistische financiering en invloeden in onze hoofdstad toch niet ongegrond is. Dat soort ongeregeldheden vormt een gevaarlijk risico richting terrorisme, dat hebben we óók al ondervonden. Minister-President Rudi Vervoort heeft ook de bevoegdheid ‘Preventie en Veiligheid’ onder zijn vleugels, dus had hij dit aspect perfect kunnen integreren in deze hervorming. Maar helaas is het dossier dus uitgedraaid op een grote gemiste kans.”