Aanpak asbestverwijdering lijkt blinde vlek in Brussel

De Brusselse Regering heeft geen idee hoeveel asbest er in totaal aanwezig is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zo blijkt uit het antwoord dat Brussels parlementslid Bianca Debaets (CD&V) mocht ontvangen van minister van Leefmilieu Alain Maron. Sinds de recentste – en onvolledige – studie uit 2017 werden er geen nieuwe inventarissen opgemaakt, en vaart men dus grotendeels blind. “Toen was er sprake van in totaal zo’n 400.000 ton asbesthoudende toepassingen, maar niemand weet exact hoeveel daarvan reeds verwijderd werd en dat is toch onbegrijpelijk”, stelt Debaets.


298.000 ton niet-broze asbesthoudende toepassingen en 108.000 ton broze asbesthoudende toepassingen, dat was het resultaat van de niet-exhaustieve studie uit 2017 die de asbestproblematiek in het Brussels Gewest in kaart moest brengen. Maar ondanks het feit dat bevoegd minister van Leefmilieu Alain Maron aankondigde dat er werk gemaakt werd van een strategie voor veilig asbestbeheer, lijkt er niet op dat er snel duidelijkheid zal komen over de exacte omvang van de asbestproblematiek.


“We moeten het voorlopig doen met wat vage aankondigingen van studies”, duidt Debaets. “Pas vanaf 2026 zou er een applicatie moeten zijn die asbestinventarissen kan opslaan en verdelen, wat betekent dat we in totaal bijna tien jaar lang met een enorme blinde vlek zullen zitten. Enkel wanneer er vergunningen en aangiftes van asbestverwijderingswerken afgeleverd worden, kunnen we voorzichtig concluderen dat de hoeveelheid asbest afneemt. Maar op veel meer informatie of details kunnen we niet rekenen, en dat terwijl het hier toch om een erg gevaarlijke en kankerverwekkende stof gaat. De Brusselse Regering pakt maar wat graag uit met hun Renolutionstrategie, maar asbest wordt in die hele strategie van 128 pagina’s welgeteld één keer terloops vermeld. Bovendien worden er ook nergens afspraken vastgelegd met erkende asbestverwijderaars, dus hoe kunnen we dan weten dat dit allemaal veilig gebeurt? Het is onbegrijpelijk dat men hier niet meer aandacht aan geeft.”


Geen overleg

Uit het antwoord bleek daarnaast ook dat het onderwerp niet eens op breed overleg kan rekenen. “Nochtans bleek in 2020 nog dat er in heel wat Brusselse schoolgebouwen nog asbest aanwezig is, dus zou het niet meer dan logisch zijn dat er hieromtrent intensief samengewerkt wordt met de Gemeenschappen om zo het gezondheidsrisico voor alle leerlingen zo klein mogelijk te houden”, aldus Debaets. “Ook voor sociale en particuliere woningen moet die problematiek zo grondig mogelijk aangepakt worden. Maar volgens minister Maron is er daaromtrent dus geen enkel overleg en blijft het gewoon wachten tot 2026 vooraleer er eindelijk iets kan of zal bewegen in dit dossier. Ik snap niet dat men zo lang zo’n groot gezondheidsrisico wil lopen en roep dan ook op om het hele proces dringend te versnellen. Voor een ‘groene’ Regering die hamert op een gezonde leefomgeving is dit toch wel een zeer bizarre beleidskeuze.”