Alsof Brussel niet het kloppende hart van het land is, maar een onbelangrijke appendix

In tijden waarin we zware strijd moeten leveren om polarisering uit onze samenleving te bannen, was het zowaar de voorzitter van de socialistische partij die het nodig vond om een bommetje te droppen. “Als ik door Molenbeek rijd, voel ik me ook niet in België”, blokletterde Humo boven een interview met Conner Rousseau. Ook de dag nadien blijven zijn uitspraken de gemoederen bedaren. Brussels parlementslid Bianca Debaets stelt zich ernstige vragen bij de beweringen van Rousseau.


“Als ik door Molenbeek rijd, voel ik me niet in België”, “In Brussel wordt er in het Arabisch les gegeven”, of nog “De Vlaamse Regering verhoogt de prijs van taalcursussen in Brussel om de wachtlijsten terug te dringen.” Uitspraken die men eerder uit extreemrechtse hoek zou verwachten, maar die wel degelijk afkomstig waren van de voorzitter van de Vlaamse socialistische partij. Het toont – niet voor het eerst – aan hoe weinig Brussel gekend is onder verschillende politici. Dat Brussel niet enkel de hoofdstad van België, maar ook die van Vlaanderen is, wordt maar al te vaak vergeten. Een makkelijk doelwit om te torpederen wanneer de aandacht afgeleid moet worden, ook wanneer er dan voor het gemak maar enkele onwaarheden verkondigd moeten worden. Ook wanneer de eigen politieke familie daar al decennialang aan de knoppen zit.


Toen Conner Rousseau begin 2021 te gast was in Terzake, liet hij weten ‘dat hij nog niet nagedacht had over de toekomst van Brussel’. Nadien volgden nog uitspraken als “Hoeveel politiezones telt Brussel? Zijn dat er vijf of zes?” en “Bernard Clerfayt, die ken ik niet”, terwijl die nota bene minister is in een regering waar Vooruit óók in zit. Zijn Brusselse kennis lijkt dus nog niet echt verbeterd. Alsof Brussel niet het kloppende hart van het land is, maar een onbelangrijke appendix. Wat in Molenbeek, Anderlecht of Ukkel gebeurt, is voor vele politici een ver-van-mijn-bedshow. Het Brussels Gewest is voor heel wat mensen onbekend en dus ook onbemind. Stereotypes en vooroordelen zwaaien de plak. Het doet wat denken aan het parlementslid van Vlaams Belang dat in de Basiliek van Koekelberg plots een gigantische moskee zag, en beweerde dat het beste bewijs van ‘omvolking’ weer geleverd was. Je zou haast gaan denken dat de Vlaming en de Brusselaar elk een totaal andere bril hebben om naar de hoofdstad te kijken.


De strijd om de rechtse kiezer

De uitlatingen van Rousseau kaderen in een poging om de rechtse kiezer opnieuw richting links te laten overwaaien. De misnoegde arbeidersklasse die vindt ‘dat de zaken toch wel eens benoemd zouden mogen worden’ en die in Brussel een hellhole zien waar elke vorm van Belgische identiteit verdwijnt als sneeuw voor de multiculturele zon. De partijtop van Vooruit was er als de kippen bij om de voorzitter te verdedigen, en ook Vlaams fractieleidster Hannelore Goeman deed een bijwijlen stuntelige poging om in De Afspraak de brokken te lijmen, maar leek amper overtuigd van haar eigen woorden. Ondertussen sprongen ook partijen als Vlaams Belang en N-VA op de kar om te laten weten dat Rousseau volgens hen gewoon gelijk had. In tijden van populisme vind je blijkbaar soms onwaarschijnlijke bondgenoten.


Is alles dan peis en vree in Brussel? Zijn alle sociaalculturele problemen van de baan? Praat iedereen met gemak Nederlands en/of Frans tegen elkaar op straat? Neen, natuurlijk niet. Wie dat beweert, is al even kortzichtig als alle andere populisten. Natuurlijk heeft Brussel af te rekenen met eigen uitdagingen, net zoals Vlaanderen en Wallonië, net zoals New York, Londen en Parijs. Maar dat betekent daarom niet dat we in Brussel zomaar over ons heen moeten laten lopen en leugens mogen laten vertellen, want onze hoofdstad verdient beter dan populistische politieke spelletjes.