Brusselse alarmbellen rond studentenhuisvesting vallen in dovemansoren

Met 5 universiteiten, 12 hogescholen en 8 kunstscholen op het grondgebied – goed voor meer dan 100.000 studenten – mag het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich de grootste studentenstad van het land noemen. Maar ook in de hoofdstad krijgen heel wat studenten met problemen af te rekenen wanneer ze bijvoorbeeld niet-gemaakte vaste kosten willen recupereren of simpelweg op zoek gaan naar een betaalbaar kot. Brussels parlementslid Bianca Debaets (CD&V) diende dan ook, gesteund door N-VA en Les Engagés, een voorstel van resolutie in om een sociaal beleid uit te werken voor studenten die zich in een precaire situatie bevinden, maar die oproep werd vandaag weggestemd in de plenaire vergadering. “Nochtans gaan er al geruime tijd heel wat alarmbellen af rond studentenhuisvesting, maar daar heeft de meerderheid geen oren naar”, betreurt Debaets.


De afgelopen weken verschenen in de media heel wat berichten rond de problemen die studenten ervaren wanneer ze op zoek gaan naar een kot, met deze vrijdag nog protest op de campus van VUB tot gevolg. De vraag is veel groter dan het aanbod, waardoor de huurprijzen exploderen. “Een immokantoor dat zestig studentenkoten te huur had gezet, kreeg op twee uur tijd maar liefst 340 telefoontjes om een afspraak in te boeken”, duidt Debaets. “En volgende week organiseert Brik, in samenwerking met de Nederlandstalige hogeronderwijsinstellingen, een eigen ‘manifest voor hedendaagse, betaalbare en kwaliteitsvolle studentenhuisvesting in Brussel’. De alarmbellen gaan dus overal af, vandaar mijn voorstel van resolutie om kwetsbare studenten beter te helpen beschermen. Maar helaas laten de meerderheidspartijen hen gewoon aan hun lot over.”


Nochtans werd een soortgelijke tekst eerder al unaniem goedgekeurd op Vlaams niveau. “Daar gingen Groen, Open Vld en Vooruit wél mee in ons voorstel”, aldus Debaets. “De studenten in Vlaanderen mogen gered worden, de studenten in Brussel mogen aan hun lot overgelaten worden, zo lijkt het wel.”


Ook mede-ondertekenaar Matthias Vanden Borre (N-VA) wees op de meerwaarde van de tekst: “De covidperiode van de voorbije twee jaar was niet makkelijk voor onze jongeren. Zeker de studenten, die in deze omstandigheden nog de energie moesten vinden om hun studies uit te voeren onder regels die vaak onevenredig streng waren voor hen, kregen het zwaar te verduren. Het kotleven hield op, net als quasi alle andere activiteiten. De studenten mochten de aula's niet meer binnen en moesten thuis studeren. Het is voor de N-VA dan ook niet meer dan normaal dat de niet-gemaakte kosten (energie, water) in het kader van de studentenhuisvesting voor deze periode niet worden doorgerekend.”


Interparlementaire resolutie

De leden van de meerderheid verwezen ook meermaals naar ‘de interparlementaire resolutie tot bestrijding van studentenarmoede en ertoe strekkende de levensomstandigheden van de studenten te verbeteren’, die in juni vorig jaar werd gestemd in het Brussels Parlement. “Die tekst hebben we toen niet gesteund, omwille van het feit dat deze volledig gericht op de Franse Gemeenschap. In de hele tekst werd slechts één miezerige keer verwezen naar het Nederlandstalig hoger onderwijs”, betreurt Debaets. “Bovendien zie ik voorlopig helaas ook nog niet veel vooruitgang of resultaten op het terrein, integendeel. Ik kan het dus alleen maar zéér jammer vinden dat onze tekst op een dergelijke manier behandeld en opzijgeschoven werd, terwijl wij net een helpende hand willen reiken naar de kwetsbare studenten in ons Gewest. En dat vind ik de grootste studentenstad van het land onwaardig.”