Dringend nood aan Brussels herbestemmingsplan voor kerkelijk erfgoed

Brussels parlementslid Bianca Debaets (CD&V) verdedigde haar voorstel van resolutie waarin aan de Brusselse Regering gevraagd wordt om op zo snel mogelijk een herbestemmingsplan voor kerkelijk erfgoed op te maken, zodat deze gebouwen een nieuwe of bijkomende functie zouden kunnen krijgen. “Zo’n plan stond ooit al eens in de steigers, met medewerking van een werkgroep waarin het aartsbisdom, de gewestelijke stedenbouwkundige verantwoordelijken en de plaatselijke besturen werden opgenomen, maar door de Zesde Staatshervorming werd het hele dossier onderbroken”, licht Debaets toe. “Sindsdien gebeurde er ook niets meer. Het is hoog tijd dat we die dynamiek opnieuw aanzwengelen en een concreet actieplan opmaken, naar analogie met wat het Vlaams Gewest ook net gerealiseerd heeft.” De tekst van Debaets werd mee ondertekend door Céline Fremault (cdH), Mathias Vanden Borre (N-VA) en Geoffroy Coomans de Brachène (MR).


Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt vandaag in totaal 97 parochiekerken. Velen daarvan hebben een grote historische of architecturale waarde, waardoor ze ook bijdragen aan de culturele of toeristische aantrekkelijkheid van de hoofdstad. Dat kerkelijk erfgoed deelt de stad bovendien ook op in verschillende urbanistieke wijken, een element dat niet uit het oog verloren mag gaan in het geval zij dan toch afgebroken zouden worden.


In het recente verleden kregen al verschillende religieuze gebouwen een nieuwe bestemming, zoals de Brigittinenkapel of de Anglicaanse kerk in de De Stassartstraat in Elsene. Momenteel lopen er nog acht andere projecten waarbij een (volledige of gedeeltelijke) herbestemming van kerkelijk erfgoed op tafel ligt.

“We moeten natuurlijk erkennen dat het Brussel van vandaag niet meer te vergelijken valt met het Brussel van een eeuw geleden”, duidt Debaets. “De samenleving is in een ijltempo aan het seculariseren en de stad wordt steeds meer divers. Maar dat neemt niet weg dat de kerken deel uitmaken van het rijke en diverse Brusselse erfgoed, en dat de Regering het op zich heeft genomen om dat deel van het erfgoed te versterken en te valoriseren. Ons voorstel van resolutie gaat verder op die gedachtegang. Het aartsbisdom is zelf vragende partij om een actieve en positieve dialoog aan te gaan, met als doel om tot een kadaster te komen waarin alle kerken worden opgelijst die mogelijk een gedeeltelijke of volledige nieuwe bestemming zouden kunnen krijgen. Vaak valt het kostenplaatje erg hoog uit om deze ereplaatsen te kunnen onderhouden zoals het hoort, terwijl ze wel een erg belangrijke bijdrage leveren aan onze culturele rijkdom. Op dat moment moet het Gewest ingrijpen en financieringsmiddelen activeren in het kader van zo’n herbestemmingsplan. Dat sluit trouwens perfect aan bij de ordonnantie die recent nog werd goedgekeurd in het Parlement, waarbij de financiering van religieuze gebouwen volledig een zaak van de Brusselse Regering wordt.”


Naar Vlaams voorbeeld

In het Vlaams Gewest werd een soortgelijke grondige oefening al vanaf 2011 gevoerd. Daar beschikt men vandaag al over een beheersplan voor kerken, waarmee gemeenten financiering kunnen bekomen voor (geklasseerde of niet-geklasseerde) parochiekerken.


“185 van de 300 Vlaamse gemeenten hebben zich al ingeschreven in dit plan, terwijl heel wat van de overige gemeenten van plan zijn om zich aan te sluiten”, vervolgt Debaets. “De tendens die daarmee gepaard gaat, is duidelijk: ongeveer een derde van alle kerken in Vlaanderen krijgt een bijkomende of totaal nieuwe bestemming in de komende jaren. Ook in Brussel moeten we dat proces op een correcte en respectvolle manier begeleiden, in samenspraak met alle betrokken actoren. Op termijn levert dat ongetwijfeld heel wat interessante alternatieven op voor bijvoorbeeld socioculturele activiteiten of tijdelijke invullingen.”


Debaets en de mede-ondertekenaars van het voorstel van resolutie vragen nu dat de Brusselse Regering volgend jaar met een volwaardige strategie en een kadaster komt. Tijdens de bespreking van de tekst in de commissie spraken de parlementsleden van de meerderheidspartijen weliswaar hun sympathie voor het initiatief uit, maar stemden ze toch tegen onder het mom ‘dat er op dit ogenblik al dergelijke mechanismes bestaan en dat men dergelijke zaken beter geval per geval bekijkt in plaats van voor een globale aanpak te gaan.’


“Het is erg jammer dat de meerderheidpartijen deze gelegenheid niet hebben aangegrepen om meer middelen vrij te maken om na te denken over een herbestemming van het kerkelijk erfgoed”, besluit Debaets. “Dat is nochtans in het belang van alle Brusselaars, ongeacht hun religie of levensbeschouwing.”