Maximum twee derde van de leden van Brusselse regering mag van zelfde geslacht zijn

Bruzz.be



Het parlement stemt vandaag over de verplichte pariteit in de Brusselse regering. Dat voorstel zal met een grote meerderheid worden goedgekeurd, zo blijkt nu al.


Vanaf 2024 zal ministens een derde van de regering van het andere geslacht moeten zijn. Vandaag is dat aantal in de regering beperkt tot minimum één vrouw per taalgroep. Verschillende parlementsleden verwijzen naar de geschiedenis van de Belgische en Brusselse politiek om aan te tonen dat aanwezigheid van vrouwen in de verschillende regeringen lange tijd eerder uitzondering dan regel was. De eerste twee Brusselse regeringen (1989-1999) bestonden zelfs exclusief uit acht mannen. Het was wachten op Annemie Neyts (1999-2000, Open VLD) voor de Brusselse regering een vrouwelijke minister telde


Volgens Ecolo-fractieleider John Pitseys is het dankzij de quota-maatregelen, voor parlement en regering, die sindsdien zijn ingevoerd, dat vrouwen geleidelijk aan wel een plaats kregen in de Brusselse regering. “Dit is een kwestie van rechtvaardigheid. Wie zegt dat vrouwen voor hun competentie moeten gekozen worden, en niet voor hun geslacht, moeten we maar verwijzen naar het verleden.” Dat heeft aangetoond dat quota werken. Ook parlementslid Bianca Debaets (cd&v, oppositie) vindt quota-maatregelen belangrijk om tot een gelijke vertegenwoordiging te komen in de uitvoerende macht. En ook Debaets gelooft dat quota-maatregelen daarvoor het geschikt instrument zijn. Ze verwees naar het aantal vrouwen in raden van bestuur in bedrijven, dat, sinds de quotaverplichting, spectaculair is toegenomen. Ze verwees ook naar Annemie Neyts, Miet Smet (CD&V) en Brigitte Grouwels (cd&v) die hierin wegbereiders waren. “Ze hebben het pad geëffend”.


Ook oppositiepartijen PTB-PVDA, MR, Les Engagés en Agora stemmen voor het voorstel voor een evenwichtigere gendersamenstelling van de Brusselse regering.


'Juridisch wankel'

Meerderheidspartij Open VLD zal zich onthouden. Parlementslid Carla De Jonghe (Open VLD) is de doelstelling genegen voor meer vrouwen in de regering, “maar waarom iets regelen dat eigenlijk al geregeld is.” Ze verwijst daarmee naar de huidige Brusselse regering, waar 3 van de 8 leden vrouw is. Maar er is ook het kritische advies van de Raad van State. “Dit is juridisch wankel, we willen ons niet in dergelijk avontuur storten.”


Volgens de Raad van State heeft het Brussels Gewest, in tegenstelling tot de andere deelstaten, niet de constitutieve autonomie om de pariteit op te leggen aan de Brusselse regering. Dat komt de federale wetgever toe. Fractievoorzitter Fouad Ahidar (Vooruit-One.Brussels): “Soms moet je risico's nemen. Wij steunen dit voorstel.”


Non-binair

Opmerkelijk: er is voor het eerst ook gedacht aan non-binaire personen, die voor zichzelf niet willen uitmaken of ze vrouw of man zijn. Parlementslid Juan Benjumea-Moreno (Groen): “We hebben dat opgelost door een maximum in te stellen van twee derde van het andere geslacht. Dat geeft de mogelijkheid om non-binaire personen mee in de quota op te nemen.” Benjumea voegde er ook aan toe dat de ordonnantie wat hem betreft tijdelijk is, “tot positieve discriminatie in onze samenleving niet meer nodig is.”


Overbodig

N-VA stemt als een van de weinige partijen tegen het voorstel. Fractievoorzitter Cieltje Van Achter: “We begrijpen de goede bedoeling, maar deze bijzondere ordonnantie is overbodig en juridisch wankel. De raad van state stelt duidelijk dat Brussel niet bevoegd is."</p> <p> Van Achter: “Er moeten niet meer vrouwen in de regering omdat de wet dat bepaalt, maar omdat dat nodig is,” verwijzend naar het débacle met de Waalse regering in 2020. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez wou toen minister Valérie De Bue vervangen door Denis Ducarme, maar was vergeten dat er in de Waalse regering minimaal een derde minister vrouw moet zijn. Wat enigszins gênant was voor minister De Bue.