Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief

Op twintig jaar tijd meer dan dubbel zoveel gevallen van diabetes in Brussels Gewest

Het aantal Brusselaars met een vorm van diabetes is de afgelopen twee decennia meer dan verdubbeld, zo blijkt uit cijfers die Brussels parlementslid Bianca Debaets (CD&V) opvroeg bij bevoegde Collegeleden Alain Maron en Elke Van den Brandt. “Afhankelijk van de schattingen zouden we in Brussel aan een prevalentie van ergens tussen de 5,5 en de 5,9% uitkomen”, stelt Debaets. “Bovendien komt de geografische spreiding van diabetes heel sterk overeen met de inkomensverschillen die er bestaan tussen de Brusselse wijken, waardoor het gevaar van deze problematiek niet onderschat mag worden.”


Volgens recente cijfers van het Intermutualistisch Agentschap (IMA) steeg het aantal diabetespatiënten in België tussen 2008 en 2017 van 5,1% tot 6,1%. Daarmee volgt ons land de wereldwijde trend waarbij de prevalentie van de ziekte alsmaar toeneemt. Dat is een gevolg van de vergrijzing en van de toename van andere risicofactoren zoals overgewicht, ongezonde voeding en een gebrek aan lichaamsbeweging. Volgens het IMA steeg het percentage diabetespatiënten in het Brussels Gewest van 2,1% in 1997 naar 5,5% in 2018, volgens de recentste nationale gezondheidsenquête zou dat zelfs 5,9% kunnen zijn.

“Diabetes is zeker en vast een ziekte van deze tijd”, stelt Debaets vast. “Qua prevalentie scoort Brussel ongeveer even goed als Vlaanderen en beter dan Wallonië, maar uit de gezondheidsenquête blijkt ook wel dat de nodige zorg vaker wordt uitgesteld in Brussel dan in de rest van het land. Bovendien zijn er ook nog eens heel wat mensen die niet eens beseffen dat ze diabeet zijn, die beide factoren houden toch nog een groot gevaar in.”


Sociale ongelijkheid

Diabetes kent bovendien een erg sterke sociaaleconomische gradiënt, zo bleek nog maar eens uit de cijfers. Personen met een lagere socio-economische positie worden systematisch vaker behandeld voor diabetes, en er wordt dus verondersteld dat de prevalentie daar hoger is. “De socio-economische verschillen zijn zeer groot tussen de 5 inkomensgroepen die werden gedefinieerd”, weet Debaets. “De laagste socio-economische groep heeft maar liefst 46,7% meer kans op diabetes dan gemiddeld vergeleken met de volledige Brusselse bevolking, bij de tweede laagste socio-economische groep is dat 19,7% en de sociale gradiënt gaat zo systematisch verder voor de andere socio-economische groepen. Bovendien komt de geografische spreiding van diabetes heel sterk overeen met de inkomensverschillen die er bestaan tussen de Brusselse wijken. Inwoners uit de arme sikkel hebben duidelijk gemiddeld vaker diabetes, terwijl de kans op diabetes beduidend lager is in de meer bemiddelde buurten in het zuidoosten van het Gewest.”


De GGC werkt mee aan het geïntegreerde zorgtraject ‘Boost’ en de wetenschappelijke opvolging ervan via Brusano, maar volgens Debaets mag het daar niet bij blijven. “Diabetes is aan een sterke opmars bezig, dus moeten ook onze inspanningen in de strijd tegen deze ziekte versterkt worden”, besluit Debaets. “We moeten er alles aan doen om die prevalentie opnieuw de kop in te drukken, zeker onder sociaaleconomisch kwetsbare groepen.”